Bij het ontwerp van deze villa is uitgegaan van de ligging in een bocht van de rivier.
De woning orienteert zich maximaal op het zuiden en buigt mee met de rivier.
Op de 1e verdieping is de woonruimte als een glazen doos naar buiten geschoven als een oog naar het water.

De noordzijde ligt aan de dijk en door middel van een grove stenige wand van speciaal vervaardigde zwarte betonelementen herhaalt de dijk zich in de plattegrond,

en sluit tevens het verkeerslawaai buiten.
Het centrum is open en licht gehouden met gebogen vide waar over drie verdiepingen noorderlicht via het dak invalt.